De afgelopen twee maanden is de orderpositie van mkb-bedrijven in de bouw snel verslechterd. Driekwart van de ondernemers heeft te kampen met onvoldoende orders. In juni bedroeg dit nog 60%. Voor het eerst in deze recessie snijden mkb-bedrijven nu in hun vaste personeelsbestand (met 5%), waar in het eerste half jaar uitsluitend zzp-ers en inleenkrachten het veld moesten ruimen.
Illustratief voor de achteruitgang is dat 55% van de bedrijven aangeeft dat de orderpositie kleiner is dan normaal, oplopend tot tientallen procenten, tegen 43% in juni. Gemeten in tijd is de totale orderpositie van de mkb-bouwbedrijven de afgelopen maanden aanzienlijk gedaald. Gaf in mei van dit jaar 85% van de bedrijven aan een orderpositie te hebben van 10 weken en meer; in augustus is dit percentage gedaald tot 55. Mkb-bedrijven in de infrastructuur houden hun orderpositie vooralsnog redelijk op peil. Van enig effect van de extra overheidsmaatregelen om infrastructurele werken naar voren te halen, merken deze bedrijven evenwel niets.
Dit blijkt uit een enquête onder de 1700 leden-bedrijven van de bij Aannemersfederatie Nederland, de koepelorganisatie van mkb-bedrijven in bouw en infra, aangesloten brancheorganisaties. De brancheorganisaties vertegenwoordigen 40.000 arbeidsplaatsen.
Federatievoorzitter Henk Klein Poelhuis maakt deze resultaten bekend tijdens de aftrap van een innovatieprogramma voor gespecialiseerde aannemers in Nieuwegein.
Klein Poelhuis zet grote vraagtekens bij alle juichkreten rond de stimuleringsimpulsen voor de bouw. “Voor de kleine en middelgrote infrabedrijven lijkt er weinig tot niets in het vat te zitten, en het moment is niet ver meer weg dat ook deze bedrijven de hete adem van de recessie voelen. Onbegrijpelijk, dat overheden ook nu nog voornamelijk in megaprojecten denken”.
MKB-bouwbedrijven in de burgerlijke en utiliteitsbouw, die vaak lokaal opereren en een sleutelpositie innemen in renovatie en onderhoud, merken eveneens nog bijzonder weinig van extra investeringen. “Hoewel de geldstromen van VROM naar de gemeenten op gang zijn gekomen, blijkt de gemeentelijke besluitvorming vaak stroperig en heerst er niet zelden angst voor iets wat lijkt op een aanbestedingssyndroom”, aldus voorzitter Klein Poelhuis van Aannemersfederatie Nederland.
Grote zorgen maakt hij zich over het investeringsgedrag van de bedrijven. Maar liefst 35% van de bedrijven geeft aan investeringen in bedrijfsmiddelen en -ruimtes uit te stellen of te vertragen. “Dit is nog niet eerder gesignaleerd en een extra reden om haast te maken met de projecten”.
Klein Poelhuis bepleit dat overheden die -conform de toezeggingen van het kabinet-Balkenende- richting hoofdopdrachtnemers reële betalingstermijnen in acht nemen, van deze opdrachtnemers eisen dat ze toeleverende bouwbedrijven op dezelfde wijze behandelen. Uit de enquête komt namelijk naar voren dat het slechte betalingsgedrag ergernis nummer één is en naar verwachting zal blijven. Bij verslechterende prijzen (verwacht bijna de helft van alle mkb-bouw en –infrabedrijven) leidt de huidige en steeds pregnantere vertraging van betaling tot grote liquiditeitsproblemen, stelt de Federatievoorzitter.
Positief beoordeelt Klein Poelhuis het hand over hand toenemen van de zoektocht naar nieuwe markten en klanten. Ruim 40% van alle bedrijven geeft te kennen hierin activiteiten te ontplooien. “Dat is goed voor de dynamiek in de bedrijfstak, omdat in de bouw nog steeds te veel bedrijven afhankelijk zijn van één of enkele opdrachtgevers”, aldus Klein Poelhuis.







